Blog

Wanneer een grondrecht een drukmiddel wordt

Johan Antonissen

Iemand vraagt een organisatie welke gegevens ze over hem heeft. Dat is een gewoon verzoek, en de meeste keren is het precies wat het lijkt. Iemand wil controleren of zijn gegevens kloppen en of ze netjes worden gebruikt. Daar is het inzagerecht voor. Het is een grondrecht, en het bestaat niet voor niets.

Een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van deze maand laat de andere kant zien. Daar liep een inzageverzoek uit op een rechtszaak, en de rechter kwam aan de inhoud niet eens toe. Hij verklaarde de verzoeker niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Niet omdat het verzoek onwelkom was of veel werk kostte, maar om wat eromheen gebeurde.

In een eerder stuk schreef ik over organisaties die zich terugtrekken zodra er iets misgaat, en hoe een afrekencultuur mensen juist minder beschermt. Dit is het spiegelbeeld. Hier trok niet de organisatie zich terug, maar werd het recht zelf ingezet als breekijzer.

Wat er gebeurde

De feiten uit de uitspraak zijn nuchter genoeg. Iemand deed een inzageverzoek bij een bedrijf. Al snel volgde een dreiging met kosten, nog voordat het bedrijf inhoudelijk had kunnen reageren. Toen het bedrijf dat wel deed en, zoals hoort, om verificatie van de identiteit vroeg, kwam daar geen antwoord op. Daarna een schikkingsvoorstel dat niet onderhandelbaar was, onder dreiging van dagvaarding. En uiteindelijk een dagvaarding met stevige schade- en kostenvorderingen die op de zitting verdampten tot enkel nog het verzoek om inzage.

Het bleek geen incident. De verzoeker verklaarde zelf dat hij in anderhalf jaar zo'n negentig inzageverzoeken had gedaan, met ongeveer twintig procedures bij deze rechtbank en meer bij andere, telkens met bijna dezelfde stukken. Dat patroon was voor de rechter zichtbaar en telde mee.

Waarom de rechter de streep trok

Hier is nuance belangrijk, want het is verleidelijk om de verkeerde les te trekken. Rechters nemen misbruik van het inzagerecht niet snel aan. De lat ligt hoog en het uitgangspunt is terughoudendheid, mede omdat iedereen toegang tot de rechter moet houden. Een verzoek dat lastig of bewerkelijk is, is daarmee nog lang geen misbruik. Het omgekeerde is eerder waar.

Het is ook goed om twee dingen uit elkaar te houden. Een organisatie mag zelf een verzoek dat kennelijk ongegrond of buitensporig is weigeren of er kosten voor rekenen, maar dan ligt de bewijslast zwaar bij die organisatie. En los daarvan kan een rechter in een procedure iemand niet-ontvankelijk verklaren. In deze zaak was het de rechter die de grens aangaf, niet het bedrijf. Het bedrijf had gewoon zijn werk gedaan.

De hoogste Europese rechter gaf eerder dit jaar het kader waarbinnen dat kan. Zelfs een eerste verzoek kan misbruik zijn, maar alleen als er objectieve omstandigheden zijn en de bedoeling om via een kunstmatig opgezette situatie een voordeel te halen, zoals een schadevergoeding. Alle omstandigheden wegen mee, en een openbaar herkenbaar patroon van verzoeken met schadeclaims bij allerlei organisaties mag daarin worden meegenomen. De rechtbank paste dat kader toe op deze zaak.

Wat de zaak deed kantelen was niet het verzoek, maar de signalen eromheen. Heel vroeg dreigen met kosten. Een schikkingsvoorstel dat geen ruimte liet. Hoge claims die niet werden onderbouwd of toegelicht en die op de zitting wegvielen. En het uitblijven van een reactie op de identiteitsverificatie. Precies de dingen die iemand met een oprecht verzoek juist wel zou doen. Nieuw is dit overigens niet. Ook voor het Europese arrest zagen rechters al dat inzage die in werkelijkheid dient om een schadedossier op te bouwen, buiten het doel van het inzagerecht valt.

Wat dit betekent voor een gewone organisatie

De verleiding is om te denken dat je nu lastige verzoeken kunt afwimpelen. Dat is niet de les. De lat ligt hoog, de bewijslast ligt bij jou, en dit was een uitgesproken uitzonderingsgeval dat leunde op een patroon over tientallen zaken. Voor het gewone verzoek verandert er niets, en dat hoort ook zo.

Wat wel blijft hangen is hoe het bedrijf hier stond. Het behandelde het verzoek serieus en op tijd, gaf een volledig en helder antwoord, vroeg om verificatie waar dat nodig was, en legde vast wat het deed. Dat is geen bijzondere prestatie. Het is gewoon de normale route netjes lopen. En juist daardoor stond het bedrijf sterk toen de druk kwam.

Want dat is het tweede. Het bedrijf liet zich niet uit angst voor een procedure tot betalen bewegen. Dat is geen algemene regel, en zeker geen plicht. Soms is schikken verstandig. Maar dat je niet hoeft te betalen omdat er met een dagvaarding wordt gezwaaid, dat maakt hier het verschil. Wie de gewone regels kent en volgt, is minder kwetsbaar voor druk. De rust zit niet in bang zijn voor elk verzoek, maar in het goed en op tijd afhandelen ervan.

Dit is een uitspraak in eerste aanleg, en de weging blijft per geval feitelijk. Maar de lijn erachter is helder genoeg. Het inzagerecht beschermt mensen. Juist daarom is het belangrijk dat misbruik ervan wordt herkend, want wie het recht als drukmiddel gebruikt, sloopt het beetje bij beetje voor iedereen die het echt nodig heeft.

Bronnen

Geschreven door Johan Antonissen van Privacy in Bedrijf.

Meer lezen?

Bekijk onze andere artikelen of neem contact op als je vragen hebt.